PDF Operator Manual New Holland E16B E18B Mini Excavator - 2 MB

This operator's manual for the New Holland E16B and E18B mini excavators is provided in Dutch.

It covers all necessary information for safe operation, including controls, instruments, and daily maintenance checks.

This guide is essential for any operator to understand the machine's functions and to work safely and productively.

Following the maintenance schedule will help ensure the longevity of your mini excavator.

PDF Viewer
Viewer loads when you scroll here
SHARE THIS MANUAL
Download the PDF Manual
WAWhatsApp fFacebook 𝕏X TGTelegram ✉Email
PDF viewer loading area

Text Preview from This Manual

The text below was extracted from the visible preview pages to help you confirm the manual contents before download.

--- Page 1 ---
E16B / E18B Mini-graafmachines
                                                HANDLEIDING
                                                E16B
                                                E18B
                                                Mini-graafmachines


                                                Afdruk nr. 84371782
                                                1ste uitgave
                                                Nederlands 04/11 - ORIGINELE INSTRUCTIES
CONSTRUCTION                                    Vanaf serienummer NBLN00001
                                                                                           CONSTRUCTION

--- Page 3 ---
VOORWOORD

GELUIDSNIVEAU’S (2000/14/EC)
NIVEAU VAN WERKGELUID
Lwa = 93 dB (A)
Op de plaatje (1) staat het gegarandeerde geluids-
drukniveau, bepaald overeenkomstig de Europese
Richtlijn 2000/14/EC.

NIVEAU GELUIDSDRUK OP DE
BESTUURDERSPLAATS
Lpa = 74 dB (A)
Het continu, equivalente en gewogen geluidsdrukni-
veau gemeten bij de bestuurdersstoel in de cabine
met gesloten deur en ramen en met de ventilator op
de 2e snelheid, gemeten bij een identieke machine,
is in overeenstemming met de ISO standaard
6396:2008.


                                                     0-4

--- Page 4 ---
1. VEILIGHEIDSMAATREGELEN

ACTIVEER DE VEILIGHEIDSHENDEL(S)
VOORDAT U DE MACHINE VERLAAT
Bij modellen voorzien met een cabine is er slechts
een hendel aan de linkerzijde, terwijl de modellen
met een schutdak zijn voorzien van twee hendels:
een aan elke zijde. Door slechts een hendel in de
stand VERGRENDELD te zetten zijn de bedienin-
gen vergrendeld.
Vóór u van de machine stapt, moet u de veiligheids-
grendels in de “VERGRENDELDE” stand zetten
(omhoog). Op die manier wordt vermeden dat
hydraulisch wordt bediend als de hendels toevallig
worden verplaatst. Als de hendels zich niet in de
VERGRENDELDE stand bevinden en de hydrauli-
sche bedieningen worden per ongeluk bediend, dan
kan de machine onverwacht beweging en ernstige
letsels veroorzaken.
Voordat u de machine verlaat, dient u de bak op de
grond te zetten, plaats de veiligheidshendels in de
“VERGRENDELDE” stand (omhoog), zet de motor
uit en haal de sleutel uit het contact. Vezeker u
ervan dat u de pin van het draaislot in de VER-
GRENDELDE positie plaatst.


LET OP BORDEN EN SIGNALEN
Plaats signalen op zachte bermen en aarde-zones.
Laat indien nodig een signaalgever de operatie lei-
den. De bestuurder moet rekening houden met de
borden en de signalen van de signaalgever. Het
gehele personeel moet de betekenis van de borden
en signalen kennen. Er mag slechts één signaalge-
ver signalen geven.


HOUD VUUR UIT DE BUURT VAN BRANDSTOF
EN OLIE
Olie, antivries en met name brandstof zijn ontvlam-
baar. Gebruik nooit vuur in de buurt van de machine.
Zet alle brandstof- en oliedoppen goed vast. Bewaar
de brandstof en olie op speciaal hiervoor bestemde
plaatsen. Maak onmiddellijk de gebieden schoon
waar brandstof- en olieresten worden aangetroffen
en doe het afval weg in overeenkomst met de rele-
vante wetgevingen.


                                                       1-8

--- Page 5 ---
1. VEILIGHEIDSMAATREGELEN

NIET ONDERHOUDEN MACHINE NIET
GEBRUIKEN
Een niet onderhouden machine kan een onverwacht
ongeval veroorzaken dan wel uitvallen.
Als er tijdens het werk een defect optreedt, zet dan
de machine stil. Verhelp het mankement onmiddel-
lijk.


GLIBBERIGE ONDERGROND
Wees voorzichtig bij het werken met de machine op
houten planken of stalen platen. Nat hout en stalen
structuren zijn glad.
Wees bijzonder voorzichtig als u op hellingen werkt.
Voorzie beschermende apparatuur tegen het slipge-
vaar en blijf uiterst voorzichtig werken. Rotte blade-
ren en takjes kunnen ook voor slipgevaar zorgen.


ZACHTE BODEM VERSTEVIGEN
Als u op zachte of drassige grond werkt, kan de
machine zodanig wegzakken dat zij niet meer weg-
komt.
Om dit te voorkomen kunt u de ondergrond met
boomstammen of kaphout verstevigen.
Bij stijgende temperaturen wordt bevroren grond
week. Controleer altijd de bodemcondities om
mogelijke ongevallen te voorkomen.


DOOR DE REGEN DOORWEEKTE BODEM
Na regen bestaat het risico, dat de machine door
haar vibraties en gewicht kantelt of omvalt, omdat
de berm doorweekt is.
Let goed op bij onbeschermde hellingen of onsta-
biele bermen, en benader dergelijke plaatsen heel
voorzichtig.


                                                     1-18

--- Page 6 ---
1. VEILIGHEIDSMAATREGELEN

1.6       VOORZORGSMAATREGELEN TIJDENS HET GEBRUIK VAN DE
          ACCU
DRAAG AANGEPASTE BESCHERMKLEDING
Draag een overhemd met lange mouwen, hand-
schoenen en een goedgekeurde veiligheidsbril of
gezichtsmasker als u met of rond accu’s moet wer-
ken. Het zuur in de accu (elektrolyt) kan ernstige
brandwonden veroorzaken als het in aanraking komt
met de kleren, de huid of de ogen. Als het elektrolyt
(zuur) in aanraking komt met de kleren, de huid of
de ogen, dient men onmiddellijk de aangetaste kle-
ren uit te trekken, gedurende 15 minuten met
schoon water te spoelen en onmiddellijk medische
hulp in te roepen.


VEILIGE AFSTAND VAN VUUR EN VLAMMEN
Breng accu's nooit in de buurt van vuur of vlammen
en rook niet terwijl u aan accu's werkt. Bij accu’s
wordt een explosief mengsel van waterstof en zuur-
stof vrijgegeven. Werk altijd in een goed geventi-
leerde omgeving.


GEBRUIK VAN STARTKABELS
• Wanneer u de accu van een andere machine of
  voertuig gebruikt om een lege accu van stroom te
  voorzien, moet u ervoor zorgen dat de machine of
  het voertuig niet in contact komt met de machine
  die in panne staat.
• Voordat u de startkabels aansluit, kijkt u wat de
  positieve (+) en negatieve pool (-) van de stroom-
  geleider en de lege accu zijn.
• Verbind eerst de positieve kabel (+) en daarna de
  negatieve kabel (-).
• Maak eerst de negatieve kabel (-) los en daarna
  de positieve kabel (+).
A. Accu opladen
B. Accu ontladen
C. Rode kabel
D. Zwarte kabel
E. Bovenbouw van de gestopte machine
Kabel in deze volgorde aansluiten: 1>2>3>4
Kabels in deze volgorde afnemen: 4>3>2>1


                                                    1-28

--- Page 7 ---
1. VEILIGHEIDSMAATREGELEN


STICKER HEFPUNT
                                                      17
Hier moeten de bevestigingsmiddelen worden
vastgemaakt als de machine moet worden
opgeheven.


                                                           F47098


BREEK HET GLAS OM NAAR BUITEN TE
KOMEN (ALLEEN IN DE CABINE)                           18
In geval van nood, met geblokkeerde cabinedeur,
breekt u het glas om naar buiten te komen.
Bevindt zich aan de binnenkant van de voor- en
achterruiten.


                                                           F47099


KOELVLOEISTOFTANK
                                                      19
Zorg ervoor dat de tank die aangeduid wordt door
deze sticker uitsluitend koelvloeistof bevat.


                                                             F47097


                                               1-38

--- Page 8 ---
2. BEDIENINGSELEMENTEN


                         2-2

--- Page 9 ---
2. BEDIENINGSELEMENTEN

4. SCHAKELAAR WERKVERLICHTING
Deze schakelaar activeert de werkverlichting van de
giek.
OFF: uitgeschakeld
ON: ingeschakeld


5. RUITENWISSER-/
     RUITENSPROEISCHAKELAAR (alleen bij
     modellen met cabine)
Met deze schakelaar worden de ruitenwissers en de
ruitensproei-installatie bediend.
WAS (links): de waterstraal voor het schoonmaken
wordt geactiveerd.
OFF: stoppen.
ON: Ruitenwisser bediening.
WAS (rechts): ruitenwissers en ruitensproeiers wor-
den geactiveerd.

OPMERKING: de motor van de ruitenwissers kan
beschadigd worden indien de ruitenwissers voortdu-
rend werken gedurende 20 seconden zonder vloei-
stof.


                                                  2-12

--- Page 10 ---
2. BEDIENINGSELEMENTEN

ONDERSTE VOORRUIT

Om de voorruit (1) te verwijderen, moet deze uit zijn
geleidewerk (2) worden gehaald. Dan is het nodig
om deze vast te maken aan de achtersteunen (3)
van de cabine.


S LET OP
BEGIN DE WERKZAAMHEDEN NIET ALS DE
ONDERSTE VOORRUIT IS GEDEMONTEERD.


CABINEVERLICHTING

Bediende de betreffende knop (1):
ON:    om de verlichting in te schakelen.
OFF: om de verlichting uit te schakelen.


                                                    2-22

--- Page 11 ---
3. MACHINEBEDIENING

Open de dop (3) met de contactsleutel.
Brandstoftankcapaciteit: 16 liters
Verwijder de filter van de brandstoftank (4) niet ter-
wijl u bijtankt, om vervuiling te vermijden.
Draai de tankdop (3) na het tanken weer goed vast,
en sluit deze met de sleutel.
Sluit de motorkap en doe hem op slot met de sleutel.
Wij bevelen aan om de brandstoftank na iedere
werkdag bij te vullen. Op deze wijze zal condensatie
tijdens de nacht vermeden worden. Controleer of de
tank nog voldoende brandstof heeft, want anders
zou er lucht in het brandstofsysteem komen die
nadien verwijderd zou moeten worden.

CONTROLEREN OP BRANDSTOFLEKKEN

Op brandstoflekkages controleren en alle lekkages
verhelpen. Een machine die brandstof verliest, mag
niet worden gebruikt. Brandstoflekken kunnen ver-
oorzaakt worden door een foutieve drainageplug,
door barsten in de omhulling of door losgekomen
klemmen.
Zet de motor onmiddellijk uit indien u een brandstof-
lek ontdekt. Vóór de herinbedrijfstelling dienen de
brandstoflekkages te worden verholpen.

RIEMEN CONTROLEREN


S LET OP
BIJ DRAAIENDE ONDERDELEN BESTAAT HET
GEVAAR VAN ZWARE VERWONDINGEN. VOOR-
DAT U MET ONDERHOUDSWERK BEGINT. MOE-
TEN ALLE DRAAIBEWEGINGEN COMPLEET
TOT STILSTAND ZIJN GEKOMEN.


Controleer de riem (1) op onvoldoende spanning,
slijtage of beschadiging. Onvoldoende riemspanning
kan ten gevolge hebben dat de accu niet meer
oplaadt, de motor oververhit raakt of de riem boven-
matig slijt. Een te sterke riemspanning kan bescha-
diging van de lagers of van de riem veroorzaken.
Pas een kracht van 98 N toe op het midden van de
riem tussen de riemschijven en meet de riemdoor-
buiging.
A. Riemdoorbuiging: 8 ~ 10 mm


                                                         3-8

--- Page 12 ---
3. MACHINEBEDIENING

3.1.7     BEDIENING
In deze bedieningshandleiding worden de basisre-
gels voor het bedienen van de machine omschre-
ven. Met behulp van deze instructies en de
praktijkervaring zult u de machine beter leren
gebruiken. Voordat u de machine bedient, moet u
alle voorzorgsmaatregelen beschreven in deze
handleiding zorgvuldig lezen en naleven.

LOOPWERK


S LET OP
ZORG ERVOOR DAT ER ZICH GEEN PERSONEN
OF OBSTAKELS IN HET ZWENKBEREIK VAN DE
MACHINE BEVINDEN VOORDAT U DE MOTOR
START. CONTROLEER DE POSITIE VAN DE RIJ-
MOTOREN, CLAXONEER VOORALEER U
BEGINT TE RIJDEN.
ALS ER ZICH EEN STORING VOORDOET TIJ-
DENS DE WERKING VAN DE MACHINE, MOET U
ONMIDDELLIJK DE MOTOR UITZETTEN. U
MOET DEFECTEN REPAREREN VOOR HET
HERVATTEN VAN DE WERKZAAMHEDEN. VOOR
HET BEPALEN VAN VOORZIJDE, ACHTERZIJDE,
VOORUIT EN ACHTERUIT IS NORMAAL DE
POSITIE VAN DE MACHINE DIE MET DE RIJMO-
TOREN ACHTER DE BESTUURSDERCABINE
GEPLAATST.


Vooruit/achteruit rijden
Zorg ervoor dat de veiligheidshendel (1) in de ONT-
GRENDELDE stand staat (omlaag). Trek de blad-
hendel naar de bestuurdersstoel om het blad op te
heffen.
Bedien de bedieningshendel om het nivelleerblad op
te heffen.


                                                      3-18

--- Page 13 ---
3. MACHINEBEDIENING

GRAAFINSTRUCTIES

Gebruik hoofdzakelijk de kracht van de arm om te
graven. Gebruik de volledige rotatie van de bak om
deze volledig te vullen. Als u de bak te diep plaatst,
vermindert het rendement van de machine.
Stand voor max. graafkracht.
U bereikt de max. losbreekkracht als u met een hoek
van 90°~110º tussen bakarm en giek graaft. Werk
langzaam om een maximale losbreekkracht te berei-
ken.
Richting van de baktanden.
Richt de tanden van de bak parallel met de
graafrichting. De bak moet gebruikt worden om laag
te graven, om de weerstand te verminderen en te
vermijden de tanden te beschadigen.

Bedien de giek voorzichtig.
Schakel de giek aan door de controlehendels voor-
zichtig te bewegen. Laat de giek niet plotseling star-
ten en stoppen, want dit leidt tot nodeloze belasting
van de machine en haar componenten.


Verwijder zand en aarde uit de bak.
Plaats de arm horizontaal en breng de bak naar de
kieppositie. Als zand en aarde er niet vanzelf uitval-
len, beweeg de bakhendel dan enkele malen heen
en weer.


                                                         3-28

--- Page 15 ---
3. MACHINEBEDIENING


S WAARSCHUWING
Ruim alle gemorste olie op. Verwerk de opgevangen
olie, die vervuild is, volgens de locale wetgevingen
in verband met milieubehoud.

Houd de voorbouw 30 ~ 40 cm boven de grond en
houd daarbij rekening met mogelijke bewegingen
van de machine.
Maak de slangen stevig vast, zodat de voorbouw
niet verder zakt.
Nadat de machine op een veilige plaats is gezet,
laat u de voorbouw op de grond zakken.

OPMERKING: Neem, indien nodig, contact op met
uw dealer voor reparaties.

3.1.14    OPGELET BIJ HET GEBRUIK VAN RUBBERRUPSEN

CORRECT GEBRUIK

Rubberrupsen hebben opvallende eigenschappen
die stalen rupsen niet hebben.                                                                     Rubberrups
Als ze echter op dezelfde wijze worden gebruikt als
                                                                     Minder trillingen                  ⊗
stalen rupsen, kunnen de voordelen niet ten volle
worden benut. De machinewerking is afhankelijk                       Normaal bedrijf                    ⊗
van de werkplaats en -omstandigheden.                           Weinig lawaai bij het rijden            ⊗
Hoewel de rubberrups dankzij haar materiaaleigen-                 Wegdek wordt ontzien                  ⊗
schappen talrijke voordelen biedt, heeft zij ook nade-
len wat de stevigheid betreft. Als gevolg daarvan                Gemakkelijk te hanteren                ⊗
dient u vertrouwd te zijn met de kenmerken van dit                       Resistent                      Δ
soort rupsen.
                                                                       Hoge tractie                     ⊗

                                                           ⊗: Uitstekend       Ο: Goed         Δ: Normaal
GARANTIE RUBBERRUPS

De garantie heeft geen betrekking op beschadigin-
gen van de rubberrups die het gevolg zijn van
onjuist gebruik of als hun spanning foutief is.

VERBODEN HANDELINGEN

Het volgende is verboden:
Er mag niet op de volgende ondergrond gereden of
gewerkt worden: grindhoudende bodem, gekloofde
en massieve rots, staalbeton, kanten van stalen pla-
ten.


                                                         3-38

--- Page 16 ---
4. ONDERHOUD


               4-2

--- Page 17 ---
4. ONDERHOUD

4.4       TABEL ALGEMEEN ONDERHOUD
TE VERVANGEN ONDERDELEN
Tijdens het onderhoud vervangt men de onderdelen
die versleten zijn vòòr hun vervaldatum, zoals filters
en cartouches. De machine werkt efficiënter als ver-
sleten onderdelen worden vervangen door nieuwe.

 Nr.      Inrichtung                     Benaming             Aantal             Vervangingsinterval
  1 Hydraulische            Retourfilter                        1      Na 50 bedrijfsuren (1e vervanging)
    olietank                (O-ring)                                   Eens in de 500 bedrijfsuren (vanaf de 2e
                                                                       vervanging)
                                                                       (Hamerspecificatie: om de 200 uur)
  2 Hydraulische            Zuigfilter                          1      Eens in de 2000 bedrijfsuren
    olietank
                            (O-ring)
  3 Luchtfilter             Filterelement                              Indien nodig
  4 Motoroliefilter         Patroon                             1      Na 50 bedrijfsuren (1e vervanging)
                                                                       Eens in de 250 bedrijfsuren
  5 Brandstoffilter         Patroon                             1      Eens in de 250 bedrijfsuren
                            (O-ring)
  6 Waterafscheider         Patroon                             1      Eens in de 500 bedrijfsuren
                            (O-ring)
  7 Bak                     Zijsnijder (Rechts) (7a)            1      Indien nodig
                            Zijsnijder (Links) (7b)             1
                            Schroef                             6
                            Bevestigingsmoer                    6
  8 Bak                     Tand                                3      Indien nodig
                            Veiligheidspin                      3
                            Wighouder                           3


                                                       4-12

--- Page 18 ---
4. ONDERHOUD

4.11.2    RUBBERRUPS MONTEREN

Draai de bovenbouw met 90º en laat de bak zakken
om de rups op te heffen zoals afgebeeld.
Houd tussen de giek en de arm een hoek van 90° à
110° en plaats het ronde deel van de bak op de
grond. Plaats enkele steunen (1) onder het chassis
om de machine te ondersteunen.
Schuif de rups op het kettingwiel en de rupsspanner.
Draai het kettingwiel langzaam achteruit en zet de
rups op zijn plaats.


Schuif een stalen buis (2) in de rubberrups en draai
het kettingwiel opnieuw naar achteren zodat de rub-
berrups en het loopwiel in elkaar kunnen grijpen.


Stop het kettingwiel en controleer of de rubberrups
(3) correct geplaatst is op het rupsspanningsmecha-
nisme, op de lage rollen (4) en op het kettingwiel.


                                                   4-22

--- Page 19 ---
4. ONDERHOUD

BEDIENINGSHENDELS SMEREN

Als een bedieningshendel slecht of onregelmatig
werkt, brengt u een kleine hoeveelheid vet aan de
steunen (2) aan.
Plaats de machine op een vlakke en stevige onder-
grond, en zet de veiligheidshendel in de VERGREN-
DELDE stand. Zet de motor uit en verwijder de
contactsleutel.
Hef de rubber vouwbalg (1) op en let erop dat u
deze niet beschadigt.
Breng wat vet aan de steunen (2) aan.
Zet de rubber vouwbalg (1) weer in zijn oorspronke-
lijke positie.


CONTROLE EN AFSTELLING VAN SPELING -
VERGROTING VAN RUPSBREEDTE (E18B)

Controleer de speling en stel deze, indien nodig, af
wanneer de bediener opmerkt dat de speling is ver-
groot zodat de werking van de machine moeizaam
verloopt.
Hef de machine ongeveer 30 cm op om de werk-
ruimte onder de machine te verzekeren en zet een
stabiele steun vooraan en achteraan onder de
onderbouw.
Plaats de bak op de grond.
Verminder de rupsbreedte tot een minimum, en ver-
groot deze dan langzaam (een paar cm is vol-
doende) zodat enige interferentie tussen de
afstelschroeven en de overeenkomende gleuf in het
rupsframe wordt voorkomen.
Controleer de speling van de buisconstructies en
stel deze af door de schroeven (1) aan te spannen.
De schroeven moeten manueel worden aangespan-
nen tot ze de buisconstructie raken. Vergrendel ze
nu door de moeren (2) aan te spannen.

OPMERKING: De spelingcontrole mag niet worden
uitgevoerd wanneer de onderbouw op de grond rust.
Dit is om te voorkomen dat:
• u de speling slechts gedeeltelijk afstelt;
• elk risico op vastzitten wordt vermeden bij het ver-
  kleinen/vergroten van de rupsbreedte.


                                                     4-32

--- Page 20 ---
4. ONDERHOUD

RIJMOTOREN EN DRAAGROLLEN
CONTROLEREN

Parkeer de machine op een genivelleerd oppervlak.
Laat de bak op de grond rusten.
Breng de bedieningshendel voor het toerental op
minimumsnelheid, zet de motor uit en verwijder de
contactsleutel. Plaats vervolgens de veiligheidshen-
del in de “VERGRENDELDE” stand.
Wacht tot de machine afgekoeld is.
Controleer de looprollen (3), loopwielen (4) en rijmo-
toren (1) op lekken.
Controleer de toestand van de onderste looprollen
(3), de loopwielen (4) en de aandrijfwielen (2). Ga na
of de vastzettingsvijzen stevig zijn aangedraaid.
Rijd langzaam met de machine en let daarbij op
ongewone geluiden.

WATER AFLATEN UIT WATERAFSCHEIDER


S LET OP
VEEG BRANDSTOF OP MACHINEONDERDE-
LEN WEG.
GEBRUIK GEEN BENZINE OM FILTERELEMEN-
TEN TE REINIGEN.
DOE AFVALBRANDSTOF WEG OVEREENKOM-
STIG DE MILIEUWETGEVING.

Maak het gedeelte rond de waterafscheider schoon.
Plaats een lekbak onder de waterafscheider.
Plaats de klep (1) op (A) (gesloten) om de brandstof-
stroom te stoppen.
Verwijder de ringmoer (5) en de behuizing (4).
Laat de beker (4) leeglopen en maak het element (2)
schoon met brandstof.
Met de nodige aandacht voor de O-ring (3) instal-
leert u de beker (4) met het filterelement (2) en
maakt u de beker vast met de ringmoer (5).
Ontlucht de waterafscheider.
Plaats de klep (1) op (B) (Open) en laat de motor
gedurende enkele minuten stationair op een laag
toerental draaien.
Controleer de waterafscheider op lekken. Als u een
lek vindt, moet u de ringmoer (5) losmaken en de O-
ring (3) controleren op schade.


                                                     4-42

--- Page 21 ---
4. ONDERHOUD

MOTOROLIEFILTER VERNIEUWEN


S GEVAAR
Laat de motor van deze machine niet lopen in beslo-
ten ruimtes, tenzij er een passende ventilatie is voor
het afvoeren van de verbrandingsgassen.


S LET OP
HERINNER U DAT DE MOTOR EN DE OLIE HOGE
WERKTEMPERATUREN KUNNEN BEREIKEN;
DAAROM DIENT MEN TIJDENS DEZE HANDE-
LING, WANNEER DE MOTOR NOG WARM IS, UW
LICHAAM TE BESCHERMEN MET GESCHIKTE
KLEDIJ EN BESCHERMINGEN OM BRANDWON-
DEN EN PERSOONLIJKE LETSELS TE VERMIJ-
DEN.


S WAARSCHUWING
Mijd langdurig en herhaald contact van de huid met
afvalmotorolie; dit zou huid- of andere problemen
kunnen veroorzaken. Spoel ingeval van contact de
getroffen plek zorgvuldig af.


OPMERKING: De oliefilter is een cartridge die niet
herbruikt of gereinigd kan worden.
Op een nieuwe machine moet deze filter na de eer-
ste 50 bedrijfsuren vervangen worden.
Gebruik voor demontage de filtersleutel die bij de
machine wordt meegeleverd.

Zet de motor uit, open de motorkap en verwijder de
onderste afdekking.
Plaats de filtersleutel (2) op de filtercartridge (1) en
draai hem naar links om de cartridge te demonteren.
Veeg eventueel vuil van het afdichtoppervlak van de
filterkop af, en zorg ervoor dat deze niet wordt ver-
vuild.


                                                       4-52

--- Page 22 ---
4. ONDERHOUD

4.19      2000-UUR INSPECTIE EN ONDERHOUD
Lees en begrijp sectie “1. VEILIGHEIDSMAATRE-
GELEN” voordat u de machine bedient of u een
onderhoud aan de machine uitvoert. Voer deze han-
deling uit bij de inspectie en het onderhoud, die
dagelijks moeten plaatsvinden en na 1000 dienstu-
ren.

OLIE IN DE HYDRAULISCHE OLIETANK
VERVERSEN EN ZUIGFILTER REINIGEN


S GEVAAR
Laat de motor van deze machine niet lopen in beslo-
ten ruimtes, tenzij er een passende ventilatie is voor
het afvoeren van de verbrandingsgassen.


S LET OP
DE ONDERDELEN VAN DE HYDRAULISCHE
SYSTEMEN    EN   OMHULLINGEN   KUNNEN
EXTREEM HOGE TEMPERATUREN BEREIKEN
TIJDENS DE WERKING DE. STOP DE MACHINE
EN LAAT ZE AFKOELEN ALVORENS DE
INSPECTIE OF HET ONDERHOUD TE STARTEN.
GEVAAR VOOR VERBRANDING. DE HYDRAULI-
SCHE OLIETANK STAAT ONDER DRUK. DRUK
OP DE KNOP VOOR DRUKAFLAAT OP DE TANK,
OF DE DRUK AF TE LATEN VOOR HET ONDER-
HOUD. GEVAAR VOOR LICHAMELIJK LETSEL.

Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak
en zwenk de bovenbouw 90° om een betere toe-
gang te krijgen.
Breng de bedieningshendel voor het toerental op
minimumsnelheid, zet de motor uit en verwijder de
contactsleutel. Plaats vervolgens de veiligheidshen-
del in de “VERGRENDELDE” stand.
Wacht tot de machine afgekoeld is en open de
beschermkap aan de zijkant.
Maak het bovenste gedeelte van het hydraulische
olietank schoon om te voorkomen dat de hydrauli-
sche inrichting vervuild wordt.
Plaats een opvangbak (4) voor de olie onder de
machine onder de olietank.


                                                     4-62

--- Page 23 ---
5. TRANSPORT


               5-2

--- Page 24 ---
6. TECHNISCHE GEGEVENS

6.3        ALGEMENE TECHNISCHE GEGEVENS
SNELHEID EN KLIMVERMOGEN

                    Detail                                         Rubberrups
           Draaisnelheid                                  9,5 tpm (E16B); 9 tpm (E18B)
                                           1e versnelling (langzaam)             1e versnelling (snel)
            Rijsnelheid
                                                     2,0 km/h                          3,5 km/h
           Hellingsgraad                                            58% (30°)

MOTOR

Model                                                      MITSUBISHI L3E-31KBSA
Type                                       Watergekoelde, 4-slags met directe injectie, dieselmotor
Aantal cylinders - boring x slag                                3 - 76 mm x 70 mm
Cylindervolume                                                       952 ml
Vermogen                                                        11,2 kW / 2100 rpm
Maximaal koppel                                                 53,5 Nm / 1800 rpm
Starter                                                           12 V / 1,7 kW
Dynamo                                                             12 V / 40 A

HYDRAULISCHE ONDERDELEN (E16B - enkele snelheid)

                                              2 variabele volumepompen met axiale zuigers + 1
Hydraulische pomp
                                                              regeltandwielpomp
Draaikransmotor                                          Vast volume met axiale zuigers
Rijmotor                                     Vast volume met axiale zuigers met enkele snelheid
Besturingsklep                                          Sturingsblok met 11 schuifkleppen
Cilinder
                                                            Dubbelwerkende cilinder
(Giek, arm, zwenken, bak, nivelleerblad)

HYDRAULISCHE ONDERDELEN (E16B - dubbele snelheid)

                                              2 variabele volumepompen met axiale zuigers + 1
Hydraulische pomp
                                                              regeltandwielpomp
Draaikransmotor                                          Vast volume met axiale zuigers
Rijmotor                                     Vast volume met axiale zuigers met dubbele snelheid
Besturingsklep                                          Sturingsblok met 11 schuifkleppen
Cilinder
                                                            Dubbelwerkende cilinder
(Giek, arm, zwenken, bak, nivelleerblad)


                                               6-6

--- Page 25 ---
7. OPTIONELE VOORBOUW

7.1.4     VOORBOUWOPERATIE


S WAARSCHUWING
Voordat u de machine gebruikt, dient u de veilig-
heidsmaatregelen     en     de    gebruiksinstructies
beschreven in deze handleiding zorgvuldig te lezen.
Zorg ervoor dat u ze begrijpt en volg ze op.

Duw de veiligheidshendel naar onder (B) en zet
deze in de ONVERGRENDELDE stand.
Zet de toerentalhendel op een HOOG STATIONAIR
toerental.
Laat de voorbouw langzaam zakken tot deze op de
grond rust.

Hef de vergrendelplaat (2) op om aan de pedaal (1)
te kunnen.
Controleer of de hamer of de schaar in de gewenste
positie staat ten opzichte van het materiaal.
Plaats uw linkervoet op het pedaal (1) en druk het in
om de hydraulische hamer te activeren.
Bedien de hamer gedurende 30 seconden, en laat
vervolgens het pedaal los.


S LET OP
• ALS U DE HAMER OF DE SCHAAR LANGER
  DAN 30 SECONDEN GEBRUIKT, DAN KAN DIT
  LEIDEN TOT VROEGTIJDIGE SLIJTAGE OF
  BESCHADIGING VAN DE VOORBOUW EN DE
  MACHINE. ALS HET MATERIAAL NIET
  BREEKT, MOET U DE HAMER OF SCHAAR
  VERPLAATSEN EN NOGMAALS PROBEREN
  GEDURENDE MAXIMAAL 30 SECONDEN.
• VERLAAT DE CABINE NOOIT TERWIJL DE
  MOTOR DRAAIT.


                                                        7-4

--- Page 26 ---
8. OPSPOREN VAN MANKEMENTEN


                              8-2

View the complete manual on HeyDownloads →