PDF Operator Manual New Holland L213-L228 C227 C232 Skid Steer - 6 MB
This is the user manual (GEBRUIKERSHANDLEIDING) in Dutch for the New Holland 200 Series skid steer and compact track loaders.
It covers a wide range of models, including the L213 through L228 and the C227/C232.
The manual contains essential information on operation, safety precautions, and routine maintenance.
This guide is a must-have for all Dutch-speaking operators of these machines.
PDF Viewer
Viewer loads when you scroll here
SHARE THIS MANUAL
Download the PDF Manual
PDF viewer loading area
Text Preview from This Manual
The text below was extracted from the visible preview pages to help you confirm the manual contents before download.
--- Page 1 ---
OORSPRONKELIJKE INSTRUCTIES - conform richtlijn 2006/42/EG, Annex I, 1,7.4,1
GEBRUIKERSHANDLEIDING
L213 L220
L216 L221
L218 L228
Stage IV
Schranklader, serie 200
C227
C232
Stage IV
Compacte rupslader, serie 200
Onderdeelnummer 47853315
2e editie Nederlands
april 2015
Vervangt onderdeelnummer 47683924
--- Page 3 ---
1 - ALGEMENE INFORMATIE
Certificeringsplaatje rolkooi (ROPS).
• Voorste rand (beneden) in de cabine.
931007505A 3
Locatie van het plaatje met het motorserienummer voor
modellen L213 en L216
• Op de brandstofinspuitpomp.
76075756 4
Locatie van het plaatje met het motorserienummer voor
modellen L218 en L220
• Aan de rechterzijde van de motor.
RAPH12SSL0406AA 5
Locatie van het plaatje met het motorserienummer voor
modellen L221, L228, C227 en C232
• Aan de zijkant van de uitlaatgasrecirculatiekoeler
(EGR-koeler).
• Boven op het kleppendeksel.
• Het serienummer is ook in de voorste motorafscher-
ming geponst.
23119866 6
1-5
--- Page 4 ---
1 - ALGEMENE INFORMATIE
New Holland Construction
Land Betaald nummer Gesproken taal
Malta 0044 2030245591 Engels
(00356)
Zwitserland 00800 64655263 Duits
(0041) Frans
Italiaans
1-15
--- Page 5 ---
2 - VEILIGHEIDSINFORMATIE
Draag altijd oogbescherming wanneer u aan een accu Volg de instructies van de fabrikant voor de opslag en
werkt. hantering van accu's.
Vermijd vonken of open vuur in de nabijheid van de accu. De accupolen, accuklemmen en aanverwante accessoi-
res bevatten lood en loodlegeringen. Was na de werk-
Zorg voor goede ventilatie als u een accu oplaadt of ge- zaamheden uw handen. Dit is een waarschuwing in het
bruikt in een gesloten ruimte. kader van California Proposition 65.
Koppel eerst de negatieve (-) aansluiting los en sluit de Accuzuur veroorzaakt brandwonden. Accu's bevatten
negatieve (-) aansluiting als laatste aan. zwavelzuur. Vermijd contact met de huid, ogen of kle-
ding. Maatregel (uitwendig contact): spoel uit of af met
Koppel bij het uitvoeren van laswerkzaamheden aan de water. Maatregel (contact met ogen): spoel de ogen
machine beide accukabels los. minstens 15 minuten lang met water en raadpleeg on-
middellijk een arts. Maatregel (inwendig): drink grote
Las, slijp en rook niet in de buurt van een accu. hoeveelheden water of melk. Wek geen braken op.
Raadpleeg onmiddellijk een arts.
Bij gebruik van hulpaccu's of het aansluiten van startka-
bels voor het starten van de motor, dient u de procedure Buiten bereik van kinderen en andere onbevoegde per-
te volgen die staat vermeld in de gebruikershandleiding. sonen houden.
Sluit de aansluitingen niet kort.
Bestuurderaanwezigheidssysteem
Uw machine is voorzien van een bestuurderaanwezig- Het bestuurderaanwezigheidssysteem mag nooit worden
heidssysteem om te voorkomen dat bepaalde functies losgekoppeld of omzeild.
kunnen worden gebruikt terwijl de bestuurder niet op de
bestuurdersstoel zit. Als het bestuurderaanwezigheidssysteem niet werkt,
moet het worden gerepareerd. Volg de testprocedure
(7-42).
Reflectoren en waarschuwingslichten
U dient de oranje waarschuwingslichten in te schakelen
wanneer u materieel op de openbare weg gebruikt.
Airconditioningssysteem
Het airconditioningsysteem staat onder hoge druk. Kop- beer geen service- of reparatiewerkzaamheden uit te voe-
pel geen leidingen los. Het vrijkomen van hoge druk kan ren aan het systeem.
leiden tot ernstig letsel.
Alleen erkende servicemonteurs mogen onderhouds-
Het airconditioningssysteem bevat gassen die schadelijk werkzaamheden, reparaties of het opnieuw vullen van
zijn voor het milieu als zij vrijkomen in de atmosfeer. Pro- het airconditioningsysteem uitvoeren.
Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM's)
Draag persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM's), schoenen, gehoorbescherming, beschermende kleding,
zoals een helm, oogbescherming, beschermingshand- enz.
Label "Niet bedienen"
Voordat u begint met het verrichten van servicewerk- wingslabel met de tekst: "Niet bedienen" aan de machine
zaamheden aan de machine, moet u een waarschu- bevestigen op een plaats waar het goed opvalt.
2-5
--- Page 6 ---
2 - VEILIGHEIDSINFORMATIE
Specifieke voorzorgsmaatregelen voor deze machine
WAARSCHUWING
Gevaar van verbrijzeling!
Stap niet in of uit de cabine terwijl de laadarmen worden geheven of niet worden ondersteund. Laat
de laadarmen neer op de grond of controleer of de laadarm wordt ondersteund door de gasveer van
de laadarm of de borgpen van de laadarm voordat u de cabine in- of uit gaat.
Als u zich hier niet aan houdt, kan dit leiden tot ernstig of dodelijk letsel.
W1365A
• Alle machines zijn uitgerust met veiligheidsvoorzienin-
gen voor wanneer service of onderhoud van de ma-
chine is vereist. U kunt de laadarm in een geheven
stand vastzetten en de cabine in een gekantelde stand
vastzetten. Deze voorzieningen zorgen voor een be-
tere toegang tot de interne onderdelen van de machine.
Zorg ervoor dat u de pagina "Laadarmvergrendeling en
procedure voor het kantelen van de cabine - machines
met radiale hefinrichting" 2-18 of de pagina "Laadarm-
vergrendeling en procedure voor het kantelen van de
cabine - machines met verticale hefinrichting" 2-22 in
deze handleiding leest en begrijpt.
• Zet alle bedieningselementen in de neutraalstand voor-
dat u de cabine verlaat en zorg ervoor dat u ze niet per
ongeluk inschakelt wanneer u de cabine binnengaat of
verlaat.
• Controleer, voordat u de cabine verlaat, het vergren-
delsysteem, zodat beweging van bedieningselementen
niet leidt tot beweging van de machine. Volg de pro-
cedure "Controle werking veiligheidsgordel en stoelver-
grendeling" op pagina 7-42.
• Houd de lading of het werktuig zo laag mogelijk terwijl
u de machine op het werkterrein verplaatst.
• Controleer of de borgpennen van de koppeling in de
bak of in de bevestigingslippen van het voorzetstuk zijn
aangebracht.
• Overvul de bak niet. Vuil, stenen en afvalmateriaal kun-
nen het bestuurdersgedeelte binnendringen.
Brandblusser
U wordt geadviseerd een brandblusser op uw machine aan te brengen. Neem contact op met uw dealer voor het type
en de plaats van een brandblusser op deze machine.
2-15
--- Page 7 ---
2 - VEILIGHEIDSINFORMATIE
3. Breng de bevestigingsmoeren aan. Haal de moeren
aan met een koppel van 170 N·m (125 lb ft).
931001633 9
De laadarm ontgrendelen en neerlaten voor bediening van de machine
1. Ga op de bestuurdersstoel zitten, maak de veiligheids-
gordel vast en start de motor.
2. Druk op de knop Operate (Bediening) om het hydrau-
lisch systeem te activeren.
3. Hef de laadarm volledig.
RAPH14SSL0351BA 10
4. Draai de vergrendelingshendel weg van de stoel
(linksom) om de borgpen(nen) in te trekken.
5. Laat de laadarm neer.
6. Begin met de werkzaamheden of parkeer de machine
en zet de motor uit.
RAIL14SSL0426AA 11
2-25
--- Page 8 ---
2 - VEILIGHEIDSINFORMATIE
WAARSCHUWING:
Gevaar heet oppervlak. Houd afstand.
Als u zich hier niet aan houdt, kan dit leiden tot
ernstig of zelfs dodelijk letsel.
Aantal: 1
87415865
87415865_A 19
Locatie:
Boven op de laadluchtkoeler.
OPMERKING: Uitsluitend modellen L218 en L220.
RAPH12SSL0017AA 20
2-35
--- Page 9 ---
3 - BEDIENINGSELEMENTEN EN INSTRUMENTEN
Werking van de veiligheidsgordel
WAARSCHUWING
Defectraken van materieel kan leiden tot ongevallen of letsel!
Doe altijd de veiligheidsgordel om voordat u de machine bedient. Controleer de onderdelen van de
veiligheidsgordel op slijtage en beschadiging. Vervang alle versleten of beschadigde onderdelen van
de veiligheidsgordel vóór gebruik, om de veiligheid van de bestuurder te garanderen.
Als u zich hier niet aan houdt, kan dit leiden tot ernstig of dodelijk letsel.
W0046B
WAARSCHUWING
Voorkom letsel!
Maak de veiligheidsgordel goed vast voordat u de motor start. De veiligheidsgordel kan uw veiligheid
ten goede komen als hij op de juiste wijze wordt gebruikt en onderhouden. Zorg ervoor dat de veilig-
heidsgordel altijd gespannen is en er dus geen speling in het gordelsysteem aanwezig is. Gebruik de
veiligheidsgordel nooit gedraaid of afgekneld tussen delen van de stoel.
Als u zich hier niet aan houdt, kan dit leiden tot ernstig of dodelijk letsel.
W0142A
Overzicht
De machine is uitgerust met een intrekbare veiligheids-
gordel (1) die altijd moet worden gedragen.
Maak uw veiligheidsgordel altijd goed vast voordat u met
de machine gaat werken. Controleer regelmatig om de
zes maanden zorgvuldig of de veiligheidsgordels goed
vastzitten en werken goed. Controleer ook of de band
niet met olie is doordrenkt, niet is vervuild of gerafeld, en
geen corrosie vertoont. Vervang de veiligheidsgordel on-
middellijk als er beschadiging wordt geconstateerd, zo-
als versleten of beschadigde bevestigingsmiddelen, ge-
kartelde of gerafelde riem, defecte gesp of rolautomaat
of losse stiknaden. Als er geen beschadiging of slijtage
wordt geconstateerd, adviseren sommige fabrikanten van 93107465 1
veiligheidsgordels de veiligheidsriem om de drie jaar te
vervangen.
De gordel kan met schoon water met zeepsop worden ge-
reinigd. Gebruik geen oplosmiddelen, bleekwater of verf
op de veiligheidsgordel, omdat deze daardoor verzwakt
kan raken.
Veiligheidsgordel
Om de gordel vast te maken, trekt u deze uit de rolauto-
maat en steekt u de tong (1) in de gesp (3) totdat deze
vastklikt.
Om de gordel los te maken, drukt u op de rode ontgren-
delknop (2) op de gesp en trekt u de tong uit de gesp.
10041220 2
3-5
--- Page 10 ---
3 - BEDIENINGSELEMENTEN EN INSTRUMENTEN
De machine verplaatsen
Duw zowel de bedieningshendel links (1) als de bedie-
ningshendel rechts (2) naar voren vanuit de neutraalstand
om de machine vooruit te laten rijden. Trek beide bedie-
ningshendels naar achteren vanuit de neutraalstand om
de machine achteruit te laten rijden. Beweeg de bedie-
ningshendels een klein stukje naar voren voor maximaal
vermogen en een lage snelheid. Beweeg de bedienings-
hendels volledig naar voren voor maximale snelheid.
Zet beide bedieningshendels in NEUTRAAL om de ma-
chine stil te zetten.
931007524 1
3-15
--- Page 11 ---
3 - BEDIENINGSELEMENTEN EN INSTRUMENTEN
Niveau 300
Rechterkant
(1) Multifunctionele hendel functie 1
(2) Proportioneel extra systeem
(3) Multifunctionele hendel functie 4
(4) Glide Ride
RAIL14SSL0311AA 7
Linkerkant
(1) Multifunctionele hendel functie 2
(2) Multifunctionele hendel functie 3
(3) Richtingaanwijzer
(4) 2 versnellingen
(5) Claxon
93109409 8
Niveau 350
Rechterkant
(1) Multifunctionele hendel functie 1
(2) Proportioneel extra systeem
(3) Multifunctionele hendel functie 4
(4) Vlottende stand
(5) Glide Ride
9310105522 9
Linkerkant
(1) Multifunctionele hendel functie 2
(2) Multifunctionele hendel functie 3
(3) 2 versnellingen
(4) Richtingaanwijzer
(5) Claxon
93109411 10
3-25
--- Page 12 ---
3 - BEDIENINGSELEMENTEN EN INSTRUMENTEN
INSTRUMENTENPANEEL
Elektronisch instrumentenpaneel (EIC)
Het elektronisch instrumentenpaneel (EIC) bevindt zich
op de rechter cabinestijl.
Zodra u in de stoel gaat zitten, klinkt er een alarmsignaal
en lichten een aantal lampjes kort op. Controleer deze
lampjes dagelijks om er zeker van te zijn dat deze functio-
neren in het geval van een systeemalarm. De brandstof-
meter en urenteller blijven verlicht, opdat de bestuurder
deze in de gaten kan houden.
Nadat de machine is gestart, staat de machine in de par-
keerstand en brandt het lampje (1) voor de parkeerrem.
De knop voor de parkeerrem bevindt zich op de bedie-
ningshendel rechts.
De bestuurder moet op de stoel zitten en de veiligheids-
gordel dragen. Nadat hij de machine start, moet de be-
stuurder op de knop OPERATE (2) drukken om de laad-
armen en de rijaandrijving te activeren.
Met het gedeeltelijk verborgen menu "Setup" (Instellin-
gen) kan de gebruiker een aantal machine-instellingen
bekijken, selecteren, wijzigen en aanpassen. Mogelijk
moet een beveiligingscode in het instrumentenpaneel
worden ingevoerd. Nadat de beveiligingscode is inge-
voerd, moet elke gebruiker deze code invoeren voordat
de machine kan worden gestart. Neem contact op met
uw dealer voor gedetailleerde informatie over het menu
"Setup" (Instellingen) en de activering van de beveili-
gingsfunctie.
OPMERKING: Definities van foutcodes vindt u in het
hoofdstuk over probleemoplossing. De bijgewerkte fout-
code wordt op het display op de rechterkolom aan de
bestuurder getoond.
LET OP: Een lage hydraulische laaddruk leidt tot het in-
schakelen van de parkeerrem. Een elektrohydraulische
(EH) regeleenheid zorgt ervoor dat het lampje voor de
parkeerrem knippert en er een alarmsignaal klinkt in ge-
val van een dergelijke situatie.
93109329A 1
3-35
--- Page 13 ---
3 - BEDIENINGSELEMENTEN EN INSTRUMENTEN
(12) H / ISO keuzeschakelaar voor
besturingspatroon (indien aanwezig)
Hiermee kan het type besturingspatroon
voor handmatige besturing worden
geselecteerd. Neem ter activering de
desbetreffende stappen in dit hoofdstuk
door.
(13) WERKLAMPEN
Met deze knop kunnen de externe
werklampen en de verlichting voor op de
openbare weg worden in- en uitgeschakeld.
Standen van de werklichtschakelaar:
• (1) - Alle lampen UIT.
• (2) - Werklamp voor en aan de zijkant
AAN, werklampen achter AAN, rode
lampen achter UIT.
• (3) - Werklampen vóór AAN, werklampen
zijkant UIT, werklampen achter UIT, rode
lampen achter AAN.
• (4) - Werklamp voor en aan de zijkant
AAN, werklampen achter AAN, rode
lampen achter UIT.
(14) BRANDSTOFMETER:
De brandstofmeter bestaat uit een serie
balken die het brandstofniveau in de
brandstoftank weergeven. Wanneer alle 8
de balken zichtbaar zijn, is de brandstoftank
vol. Wanneer de onderste balk knippert, zit
er nog circa 3.8 L (1.0 US gal) brandstof in
de tank.
(15) STAAFDIAGRAM TEMPERATUUR
MOTORKOELVLOEISTOF:
Dit staafdiagram geeft de relatieve
temperatuur van de motorkoelvloeistof
weer van 0 - 110 °C (32 - 230 °F). Als
de koelvloeistoftemperatuur hoger is
dan 110 °C (230 °F), worden alle 8
de balken weergegeven, knippert de
achtergrondverlichting en klinkt het
alarmsignaal.
93109330 5
3-45
--- Page 14 ---
3 - BEDIENINGSELEMENTEN EN INSTRUMENTEN
Standaardinstellingen voor model C227 en C232
SPEED
Tilt Low Med-1 Med-2 High
Lift Low Med-1 Med-2 High
Drive Low Med-1 Med-2 High
CTRL
Drive DRV3 DRV2 DRV1
L-Arm LDR3 LDR2 LDR1
3-55
--- Page 15 ---
3 - BEDIENINGSELEMENTEN EN INSTRUMENTEN
Gebruikerscodes
Zodra het menu "Setup" (Instellingen) is geopend, drukt
u op de START knop om naar het menu LOCK te gaan.
Druk op de knop POWER om het menu LOCK te openen.
Ga als volgt te werk om een gebruikerscode
te maken of te wijzigen:
OPMERKING: Er moet een eigenaarscode zijn worden
opgeslagen vóór er gebruikerscodes kunnen worden op-
geslagen.
Zodra het menu LOCK is geopend, toont het display het
woord OWNER. Druk op de knop START om het menu
USER te openen.
1. Gebruik de knop START (2) om naar user0 tot en met
user9 te gaan. Druk op de knop POWER (5) om de
betreffende gebruikerscode te maken of te wijzigen.
Het display (1) toont het woord " USRCR" (User create
= Gebruiker maken), gevolgd door 00000.
2. Voer de eigenaarscode in. Er wordt "00000" weerge-
geven of de bestaande gebruikerscode wordt weerge-
geven.
3. Voer een nieuwe gebruikerscode in; een eventueel
bestaande code wordt hiermee overschreven. Het
instrumentenpaneel keert terug naar de het menu
"Setup" (Instellingen).
4. Druk op de START knop (2) om naar het menu EXIT
te gaan en druk op de POWER knop (5) om het menu
“Setup” (Instellingen) te verlaten. Op dit moment wordt
het instrumentenpaneel niet vergrendeld.
931002267 18
3-65
--- Page 16 ---
4 - BEDIENINGSINSTRUCTIES
In gebruik onder extreme temperaturen
WAARSCHUWING
Explosiegevaar!
Gebruik GEEN startvloeistof op etherbasis.. Dit kan leiden tot explosie, ernstig of dodelijk letsel of
ernstige motorschade.
Als u zich hier niet aan houdt, kan dit leiden tot ernstig of dodelijk letsel.
W0148B
Werken bij koud weer
Koude weersomstandigheden vereisten specifieke procedures. Onder deze omstandigheden heeft uw machine spe-
ciale aandacht nodig om ernstige schade te voorkomen. Onderhoud bij koude weersomstandigheden verlengt de
levensduur van uw machine.
Koude weersomstandigheden verhogen de viscositeit van de olie in het hydraulisch systeem. Koude olie kan leiden
tot veranderingen in de bedrijfskenmerken van de machine, met name bij machines die zijn uitgerust met het elektro-
hydraulisch regelsysteem. Het is raadzaam om de machine op te warmen tot een geschikte bedrijfstemperatuur en
wees voorzichtig bij het starten, stoppen en het maken van stuurcorrecties totdat u vertrouwd bent met de bedienin-
gen.
Trek bij koude weersomstandigheden extra tijd uit om de machine en onderdelen op bedrijfstemperatuur te brengen.
Laat de motor met een motortoerental lager dan 1500 RPM draaien, totdat de motortemperatuur stijgt. Zodra de
motortemperatuur stijgt, verhoogt u het motortoerental tot de bedrijfssnelheid en bedient u de machine. Laat de motor
NIET langdurig stationair draaien. Dit verlengt de levensduur van de motor en het roetfilter.
OPMERKING: Neem contact op met uw dealer voor goedgekeurde starthulpmiddelen bij koud weer.
OPMERKING: Voor modellen L221, L228, C227 en C232 (F5H-motoren): bij lage omgevingstemperaturen kan het
motortoerental automatisch worden beperkt door het elektronische motorregelsysteem, tot de motor een warme be-
drijfstemperatuur heeft bereikt. Dit is om de motor te beschermen. Gedurende deze periode reageert de gasregeling
niet.
Accu en elektrisch systeem
Reinig de accu en controleer of deze volledig geladen is. Controleer de accukabels en -polen. Gebruik accupoolbe-
schermer om de accupolen te reinigen en in te spuiten en zo corrosie te voorkomen.
Een volledig geladen accu heeft bij -17 °C (0 °F) slechts 40 % van het normale startvermogen.
Smeermiddelen
Gebruik op basis van de weersomstandigheden voor elk onderdeel de juiste viscositeit olie. Het wordt aanbevolen
rekening te houden met extreme temperaturen en de juiste viscositeit olie te gebruiken.
Dieselbrandstofsysteem
Raadpleeg uw brandstofleverancier voor de juiste brandstof voor koude weersomstandigheden. Het vermogen van
dieselmotoren is lager als er zich wasdeeltjes in het brandstoffilter bevinden. Raadpleeg uw dealer voor de best
brandstof voor deze machines.
Werkzaamheden bij koude temperaturen kunnen leiden tot condensatie van vocht in de brandstoftank. Zorg ervoor
dat de brandstoftank altijd vol is en controleer de brandstof regelmatig op de aanwezigheid van water.
LET OP: Als het water niet uit de brandstof kan worden verwijderd, kan dit leiden tot een defecte motor en schade
aan het brandstofsysteem.
Koelsysteem
Zorg ervoor dat het koelvloeistofniveau in het reservoir en in de radiateur correct is. Gebruik voorgemengd NEW
HOLLAND AMBRA ACTIFULL™ OT EXTENDED LIFE COOLANT ( 50 % concentraat en 50% gedestilleerd water).
Dit mengsel beschermt het motorkoelsysteem tot -35.0 °C (-31.0 °F).
4-5
--- Page 18 ---
5 - TRANSPORTWERKZAAMHEDEN
De machine hijsen met een vierpuntshefinrichting
WAARSCHUWING
Zware voorwerpen!
Maak voor het heffen en verplaatsen van alle zware onderdelen gebruik van een hefwerktuig met een
daarvoor geschikt hefvermogen. Ondersteun units of onderdelen altijd met geschikte stroppen of
haken. Zorg ervoor dat er zich geen andere personen in de werkomgeving bevinden.
Als u zich hier niet aan houdt, kan dit leiden tot ernstig of dodelijk letsel.
W0398A
5-3
--- Page 19 ---
5 - TRANSPORTWERKZAAMHEDEN
De machine hijsen met een éénpuntshefinrichting
WAARSCHUWING
Zware voorwerpen!
Maak voor het heffen en verplaatsen van alle zware onderdelen gebruik van een hefwerktuig met een
daarvoor geschikt hefvermogen. Ondersteun units of onderdelen altijd met geschikte stroppen of
haken. Zorg ervoor dat er zich geen andere personen in de werkomgeving bevinden.
Als u zich hier niet aan houdt, kan dit leiden tot ernstig of dodelijk letsel.
W0398A
LET OP: De kraan (hefinrichting) moet worden gecentreerd boven het bevestigingspunt bij het heffen van de ma-
chine met een éénpuntshefinrichting. Als dit niet goed gecentreerd (naar een van beide zijden of voor of achter het
bevestigingspunt), kan dit leiden tot schade aan de bevestigingsmiddelen van de éénpuntshefinrichting.
LET OP: Sleep de machine nooit aan een bevestigingspunt voor een éénpuntshefinrichting. Trek of sleep nooit iets
door het te verbinden met het bevestigingspunt voor een éénpuntshefinrichting. Elk van deze handelingen kan leiden
tot schade aan de bevestigingsmiddelen van de éénpuntshefinrichting.
5-13
--- Page 20 ---
6 - BEDIENING VOOR WERKZAAMHEDEN
Inrichting van het werk
Om efficiënt te kunnen werken, moet het werk zo worden
ingericht dat de voor de werkcyclus benodigde tijd zo kort
mogelijk is. Houd bij de keuze van de stortplaats rekening
met de windrichting en de helling van het terrein. Kies, in-
dien mogelijk, de stortplaats zodanig dat stof niet in de
richting van de bestuurder waait. Neem, voordat de be-
stuurder begint te werken, enkele minuten om het werk-
terrein te egaliseren als het ruw is. Beperk de transport-
afstanden tot een minimum om sneller te kunnen werken.
Belastingsvermogens
WAARSCHUWING
Gevaar van omslaan!
De bestuurder moet op de hoogte zijn van
het juiste BELASTINGSVERMOGEN van de
machine, voordat hij de machine in gebruik
neemt. Houd u altijd aan de aanbevolen be-
lastingslimieten.
Als u zich hier niet aan houdt, kan dit leiden
tot ernstig of dodelijk letsel.
W0216A
WAARSCHUWING
Gevaar van omrollen!
Als u het nominale vermogen van de machine
overschrijdt, kan dit leiden tot het omslaan
van de machine. Houd u altijd aan de aanbevo-
len belastingslimieten. Overschrijd nooit het
nominale vermogen van de machine.
Als u zich hier niet aan houdt, kan dit leiden
tot ernstig of dodelijk letsel.
W0217A
Zie pagina 9-1 voor een lijst met modellen en
specificaties. Zie voor uw specifieke machine de sticker
op uw machine voor het belastingsvermogen. De sticker
bevindt zich op de rechter console-stijl van de cabine.
Neem bij vragen over het belastingsvermogen van uw
machine contact op met uw dealer.
RAIL14SSL0331CA 1
• Maak uzelf vertrouwd met het werkterrein voordat u be-
gint te werken. Bepaal welke kuilen, obstakels en af-
valmateriaal van het werkterrein kunnen worden verwij-
derd. Wees erop bedacht dat het werkterrein herhaal-
delijk kan veranderen in de loop van de werkdag.
• Lokaliseer alle onvermijdbare gevarenzones zoals
hoogspanningskabels, bruggen en krappe bochten,
om er zeker van te zijn dat u daar veilig kunt werken.
• Controleer of er wellicht ander personeel in de buurt van
de machine aanwezig is en zorg ervoor dat onbevoegd
personeel de zone verlaat.
• Richt het werkterrein, indien mogelijk, zo in dat de voor
de werkcyclus benodigde tijd zo kort mogelijk is. Houd
rekening met de windrichting en helling van het terrein.
Kies de stortplaats zodanig dat stof en vuil niet in de
richting van de bestuurder waaien.
• Gebruik een lage schakelgroep voor maximale efficiën-
tie van de machine.
6-7
--- Page 21 ---
7 - ONDERHOUD
Verwijderen en aanbrengen van cabineportier
LET OP: Bewaar tijdens de verwijderingsprocedure alle vulplaatjes van het scharnier van het portier en bewaar ze
op een veilige plaats. De vulplaatjes zijn vereist om ervoor te zorgen dat het portier bij het aanbrengen goed past.
1. Open het portier.
2. Koppel de slang van de ruitensproeier (1) los.
3. Koppel de kabelboom (2) los.
4. Sluit de doorverbindingsconnector aan op de kabel-
boom (2).
OPMERKING: De doorverbindingsconnector is vast-
gemaakt aan de kabelboom van het portier.
93106895 1
5. Til de deur uit zijn scharnieren (3).
RAIL13SSL0706BA 2
7-7
--- Page 22 ---
7 - ONDERHOUD
Algemene specificatie - Diesel
Gebruik uitsluitend diesel die voldoet aan de Europese OPMERKING: Bij gebruik van de machine in zeer koude
norm EN 590 of een equivalent, in uw motor. Gebruik klimaten is het toegestaan om gedurende korte tijd een
geen diesel van een lagere kwaliteitsklasse. brandstofmengsel voor de winter te gebruiken. Neem
contact op met uw brandstofleverancier voor de eisen die
LET OP: Gebruik van diesel van een lagere kwaliteits-
worden gesteld aan winterbrandstof in uw regio.
klasse leidt tot verlies van motorvermogen, een hoog
brandstofverbruik en schade aan het uitlaatgasnabehan-
delingssysteem (indien aanwezig).
Brandstofconditioneermiddel
Conditioneermiddel voor dieselbrandstof is verkrijg- • Scheidt vocht van de brandstof.
baar bij uw NEW HOLLAND CONSTRUCTION-dealer.
• Stabiliseert brandstof in opslag.
Instructies voor het gebruik van het brandstofconditio-
neermiddel bevinden zich op de container. LET OP: Gebruik uitsluitend door NEW HOLLAND
CONSTRUCTION goedgekeurde biocide-additieven,
Het gebruik van conditioneermiddel voor dieselbrandstof: om schade aan het uitlaatgasnabehandelingssysteem
• Reinigt brandstofverstuivers, kleppen en spruitstukken (indien aanwezig) te voorkomen.
voor een langere levensduur.
• Verdeelt onoplosbare, kleverige afzettingen die zich in
het brandstofsysteem kunnen vormen.
7-17
--- Page 23 ---
7 - ONDERHOUD
L221, L228, C227 en C232 met mechanische bedieningselementen
47842042A 5
L221, L228, C227 en C232 met elektrohydraulische (EH) bedieningselementen
47833186A 6
7-27
--- Page 24 ---
7 - ONDERHOUD
Motor- en hydraulische koelers
Radiateur en oliekoeler voor modellen L213, L216, L221, L228, C227 en C232
LET OP: GEBRUIK GEEN HOGEDRUKREINIGER! De machine moet koud zijn.
1. Open de motorkap en zorg ervoor dat hij geopend blijft.
Trek de grendel omhoog om het serviceluik aan de ach-
terkant te openen. Gebruik de servicevergrendeling (1)
rechtsonder om het luik vast te zetten in de geopende
stand.
2. Verwijder de bouten (2) zodat u de radiateur en koeler
naar buiten kunt draaien voor inspectie en reiniging.
3. Gebruik perslucht voor het reinigen van de radiateur en
koeler. Indien er perslucht wordt gebruikt, dient u het
luchtpistool op een voldoende grote afstand van de rib-
ben van de koeler te houden, om te voorkomen dat de
ribben beschadigd raken of verbuigen, met een belem-
merde luchtstroming als gevolg. Verbogen ribben kun-
nen de stroming dusdanig belemmeren, dat er overver-
hitting optreedt. Indien er geen perslucht beschikbaar
is, gebruikt u water met een lage druk. RAIL13SSL0760BA 1
Radiateur en oliekoeler voor modellen L218 en L220
LET OP: GEBRUIK GEEN HOGEDRUKREINIGER! De machine moet koud zijn.
1. Open de motorkap en zorg ervoor dat hij geopend blijft.
Trek de grendel omhoog om het serviceluik aan de ach-
terkant te openen. Gebruik de servicevergrendeling
rechtsonder om het luik vast te zetten in de geopende
stand.
2. Verwijder de duimschroeven (1) en afscherming (2) om
toegang te krijgen tot de radiateur en koeler voor in-
spectie en reiniging.
3. Gebruik perslucht voor het reinigen van de radiateur en
koeler. Indien er perslucht wordt gebruikt, dient u het
luchtpistool op een voldoende grote afstand van de rib-
ben van de koeler te houden, om te voorkomen dat de
ribben beschadigd raken of verbuigen, met een belem-
merde luchtstroming als gevolg. Verbogen ribben kun-
nen de stroming dusdanig belemmeren, dat er overver- RAPH12SSL0058BA 2
hitting optreedt. Indien er geen perslucht beschikbaar
is, gebruikt u water met een lage druk.
7-37
--- Page 25 ---
7 - ONDERHOUD
Brandstofvoorfilter
Open de motorkap en het serviceluik aan de achterkant. Vergrendel het serviceluik aan de achterkant met de ver-
grendeling, die zich in de buurt van het onderste scharnier bevindt. Het brandstofvoorfilter bevindt zich achter het
serviceluik aan de achterkant. Controleer om de 250 bedrijfsuren op water in het brandstofvoorfilter.
Alleen modellen L213 en L216
1. Draai de aftapklep (1) van het brandstoffilter en tap de
brandstof af. Indien er water in het filter wordt aange-
troffen, moet ook de brandstoftank worden gecontro-
leerd.
OPMERKING: Op basis van de brandstofkwaliteit moet
worden bepaald of de waterafscheider vaker dan om de
250 bedrijfsuren moet worden afgetapt.
RAIL13SSL0154BA 1
Uitsluitend modellen L218, L220, L221, L228, C227 en C232
1. Draai de aftapklep (1) van het brandstofvoorfilter 2 of 3
slagen rechtsom en tap de brandstof af. Indien er water
in het filter wordt aangetroffen, moet ook de brandstof-
tank worden gecontroleerd.
OPMERKING: Op basis van de brandstofkwaliteit moet
worden bepaald of de waterafscheider vaker dan om de
250 bedrijfsuren moet worden afgetapt.
RAIL13SSL0703BA 2